Box 3: rechtsherstel, 2023 en 2024
vr 22 april 2022

Box 3: rechtsherstel, 2023 en 2024

Hoe gaat rechtsherstel plaatsvinden aan mensen die belasting hebben betaald over vermogen in box 3 voor de jaren 2017 t/m 2022? Het kabinet komt met een nieuwe berekening waarbij het werkelijk rendement zo dicht mogelijk wordt benaderd. Hiervoor zijn twee varianten uitgewerkt. Voor de jaren 2023 en 2024 wordt tijdelijke wetgeving langs dezelfde lijnen voorbereid.

Planning
Afhankelijk van de keuze voor de doelgroep en de gekozen variant kost het herstel tussen de € 2,4 miljard en € 11,7 miljard. Waarschijnlijk zal in mei definitieve besluitvorming plaatsvinden voor degenen die bezwaar hebben gemaakt. Uitgaande van deze planning kan de Belastingdienst rond 1 juli beginnen met het herstel zodat in ieder geval alle massaal ingediende bezwaarschriften voor 4 augustus 2022 afgewikkeld kunnen worden. Of ook andere belastingplichtigen een tegemoetkoming krijgen, wordt pas in het najaar besloten.

Afweging
Het kabinet moet een afweging maken tussen rechtdoen aan het arrest van de Hoge Raad, uitvoerbaarheid en budgettaire consequenties. Daarom is het voorstel om mensen automatisch rechtsherstel te bieden op basis van een nieuwe berekening die aansluit bij de werkelijke verdeling van spaargeld en beleggingen. Dat is een groot verschil met de huidige situatie, waarbij er vanuit wordt gegaan dat het vermogen waarover u belasting betaalt voor een bepaald deel uit beleggingen bestaat, ook als dat niet het geval is en het vermogen volledig uit spaargeld bestaat. Er zijn twee varianten voor het herstel uitgewerkt.

Variant 1: spaarvariant
Bij de eerste variant zullen mensen met spaargeld worden belast op basis van de actuele spaarrente, die de laatste jaren 0% was. Voor schulden wordt aangesloten bij de hypotheekrente en bij beleggingen (effecten, onroerend goed) wordt – net als nu -  uitgegaan van het meerjarige gemiddelde rendement voor beleggingen. Hierdoor worden bijvoorbeeld beleggers niet gecompenseerd voor slechte resultaten in een specifiek jaar, omdat ze ook niet extra worden belast voor goede resultaten in een ander jaar. Een belastingplichtige met € 200.000 vermogen in 2020, waarvan driekwart (€ 150.000) spaargeld en de rest beleggingen krijgt in deze variant € 916 terug. Eenzelfde belastingplichtige met € 200.000 vermogen en maar een kwart spaargeld (€ 50.000) krijgt in deze variant geen geld terug, omdat in deze berekening hij eigenlijk meer belasting had moeten betalen dan hij heeft betaald.

Variant 2: forfaitaire variant
In de tweede variant worden de forfaits aangepast aan de gemiddelde rendementen voor deze vermogenscategorieën in een jaar, zodat dit zo goed mogelijk aansluit bij het werkelijke rendement in dat jaar. Het werkelijk rendement wordt op deze manier zo dicht mogelijk benaderd. 

Spoedwetgeving voor 2023 en 2024
Om correct belasting in box 3 te kunnen heffen in 2023 en 2024 is spoedwetgeving nodig. Het kabinet stelt voor om deze spoedwetgeving aan te laten sluiten bij de uiteindelijke vormgeving van het rechtsherstel. Er is nog onderzocht of het mogelijk is per 2023 een vermogensbelasting in te voeren, maar dit was uitvoeringstechnisch niet haalbaar. Een tijdelijke vermogensbelasting is niet logisch wanneer vanaf 2025 het werkelijk rendement op basis van vermogensaanwas belast gaat worden.

Let op: De vraag is nu welke keuzes het kabinet maakt en hoe de Tweede Kamer vervolgens op de voorstellen gaat reageren. We houden u op de hoogte. In een ander artikel gaan we in op de voorgestelde wetgeving voor box 3 in 2025. Die krijgt een heel andere structuur.